Index op artikelen in Pionier

27 november 2016

Eind november is het laatste nummer van de Pionier in 2016, tweemaandelijks clubblad van de OTMV, verschenen. Om het zoeken in alle nummers van de 37 jaar gangen eenvoudiger te maken zijn er een aantal indexen gemaakt.


Klik hier voor de indexen.

 

Excursie Afron naar Dekema State

19 november 2016

Zaterdagmiddag 19 November 2016.

Excursie Afron naar Dekema State in Jelsum.

We werden om 14.00u ontvangen in Boersma Zathe met koffie en oranjekoek. Er was een mooie ploeg mensen op onze uitnodiging afgekomen (46 )zodat we in een paar groepjes werden verdeeld en met een vrijwilliger door de tuin naar de State konden lopen.

De oudste bekende afbeelding van Dekema State dateert uit 1722. Oorspronkelijk Fetsa State genoemd, veranderde de naam in de 15e eeuw in Camstra State toen de Familie van Camstra er kwam wonen. In de 16e eeuw trouwde Reynsck van Camstra met Hette van Dekema. Ondanks dat erna hen meer hebben gewoond bleef deze naam behouden. In 1791 trouwde een erfgenaam met een van Wageningen en die hebben er tot 1996 gewoond. De State wordt beheerd door de stichting Dekema State, nauw gelieerd aan de huidige eigenaar Stichting Old Burger Weeshuis.

Om in de State te komen loopt men over een mooie brug (1905) waar voorop de spreuk staat:“Tankje God yn alles' en op de achterkant de wapens van de grootouders van Fam. van Wageningen.

Iedereen kon door de state lopen waar je het idee krijgt dat de bewoners even van huis waren zodat wij hun spullen konden bekijken. De bezoekers zagen hun ogen uit en hadden een fijne middag.

Dekema State heeft ook een mooie oprijlaan ook wel “zwarte singel “ genoemd. Langs de laan staan oude gekandelaberde linden (gesnoeid in de vorm van een kandelaar)

In het voormalig koetshuis woont het beheerders echtpaar en is niet open voor publiek.

Ook de tuin is zeer de moeite waard om doorheen te dwalen, vooral in de zomer natuurlijk dus opnieuw een bezoekje in de zomer is zeer aan te bevelen.

Na de rondleiding kwam iedereen weer binnen druppelen en kon men nog een sapje drinken wat ook weer van eigen fruit was gemaakt. Men zat nog even genoeglijk met elkaar na te pratenen om vijf uur konden we op een geslaagde excursie terug zien.

Dieneke Hamstra.


Klik hier voor enkele foto's.

 

Themamiddag 'bijgebouwen'

1 november 2016

Geslaagde themamiddag.

Op zondag 30 oktober 2016 hebben ruim 130 bezoekers de themamiddag bijgewoond over 'Bijgebouwen bij boerderijen', georganiseerd door de Boerderijenstichting Fryslân, Het Fries Landbouwmuseum en de Afron.

Rudolf Wielinga, bestuurslid van de boerderijenstichting, tot zijn pensionering architect in dienst bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, liet aan de hand van prachtige foto's de pareltjes van bijgebouwen zien die in de loop de tijd op erven van boerderijen gebouwd zijn, zoals koetshuizen, wagenloodsen, stookhutten en glazen pootaardappel-bewaarplaatsen, ook wel bekend als broeihokken.

Een groot deel van die bijgebouwen is intussen al afgebroken, stelt hij vast. En dat gaat nog steeds door. Aan de lopende band verdwijnen ze. In de vorige eeuw waren er bijvoorbeeld nog vele theekoepels op het erf bij boerenbedrijven. Hij heeft geprobeerd ze te inventariseren, er waren vele tientallen. Nu is er nog maar een klein deel over en is er van zijn hand daarover een boek verschenen.

Gebouwen die nog in redelijke staat en in groten getale voorkomen op boerenerven zijn de stookhutten van weleer. Maar ook daar zijn er vele die op instorten staan. De gebouwen zijn er in vroeger tijden neergezet om in te koken. Bewoners van de boerderijen vonden het met open vuur te gevaarlijk om binnen te koken. Ze waren bang voor brand in huis. Vandaar dat ze dit in een afzonderlijk gebouwtje deden. Er zijn ook stookhutten die daarom wat groter waren om daar deels ook te eten en te wonen.

Na de pauze vertelde Gerrit Herrema, lid van de Afron en vrijwilliger bij het museum, aan de hand van een diapresentatie over de resultaten van het onderzoek naar glazen pootaardappelbewaarplaatsen in Nederland, toegespitst op de situatie in Friesland. De betreffende gebouwen zijn vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in grote getale gebouwd voor de opslag en bewaring van pootgoed voor het eigen bedrijf, maar inmiddels niet meer als zodanig in gebruik of in veel gevallen reeds afgebroken. De resultaten van het onderzoek samen met een literatuurstudie en een historisch onderzoek is in boekvorm verschenen.

Het eerste exemplaar van het boek is door Klaas Oosterbaan uit Sint Annaparochie, rentenier akkerbouwer indertijd ook gebruiker van een 'poaterhok', aangeboden aan de 14-jarige Mart Noteboom uit Klundert (Noord-Brabant). Het was in 1922 Martinus Noteboom uit Klundert , een voorvader van Mart, die indertijd Ă©Ă©n van de eerste glazen poterbewaar-plaatsen in Nederland heeft laten bouwen. Een delegatie van acht familieleden (drie generaties) uit Noord-Brabant waren deze middag te gast bij de werkgroep 'poterbewaarplaatsen'.

Door de medewerkers en een aantal vrijwilligers van het museum was de grote foyer van het museum gezellig ingericht met expositie- en informatiemateriaal, twee continue doordraaiende diapresentaties en enkele tafels en banken om te 'netwerken' en elkaar te ontmoeten. Tevens was dat een mooie oefening voor een presentatie van o.a. de stand over pootaardappelteelt op de te houden landbouwbeurs in december 2016 te Leeuwarden.


Klik hier voor enkele foto's.

 
Kijk voor meer nieuws in het nieuwsarchief »